Over de noodzaak van de verzegeling met de Heilige Geest (Ef. 1:13)

Hebt u wel eens nagedacht over het verschil tussen geloven met je verstand en geloven met je hart? Daar ligt een hele wereld van verschil tussen! Laten we om te beginnen eens vaststellen dat de meeste mensen zeggen te geloven in God en Jezus Christus. Op zijn minst geloven de mensen op basis van verstandelijke overwegingen, mede onder invloed van opvoeding, kerkelijke gewoonten en gevoelsmatige indrukken, zoals het hebben ervaren of gezien van wonderen en tekenen.1) Zulke feiten zijn gewoon niet te ontkennen.

Maar laten we de geschiedenis van de gelovige Simon de tovenaar, zo genoemd door de arts Lukas in het boek de Handelingen, eens lezen. Het staat beschreven in Hand. 8:4-25, waar we de evangelist Filippus en de apostel Petrus aan het werk zien. Velen waren door hun arbeid tot geloof in Jezus Christus gekomen. Men zag wonderen en tekenen en die hadden velen overtuigd dat die gekruisigde Jezus van Nazareth inderdaad op een wonderbaarlijke manier Zijn opstandingskracht moest hebben meegedeeld aan Zijn gelovige volgelingen.2) Maar dan zien we tussen al die tot geloof gekomen mensen plotseling ook een tovenaar. Laten we het verhaal van Lukas eens op de voet volgen:

In de stad Samaria woonde een zekere Simon, die zich al langere tijd met toverij bezighield en daarmee alle Samaritanen tot verbazing bracht. Hij deed erg gewichtig en zei van zichzelf dat hij een groot man was.3) Omdat hij de mensen een hele tijd met allerlei toverkunsten had verbaasd, hielden zij zich aan wat hij zei, zowel groot als klein. “Deze man is geweldig”, werd er gezegd. “Gods kracht is in hem!”

Maar dat veranderde toen Filippus kwam. Hij vertelde hun over het Koninkrijk van God en over Jezus Christus. De mensen geloofden hem en lieten zich dopen, zowel mannen als vrouwen.4) Zelfs Simon geloofde wat Filippus zei en liet zich dopen. Hij liep steeds achter Filippus aan en viel van de ene verbazing in de andere, door de wonderlijke dingen die hij voor zijn ogen zag gebeuren.5)

Wanneer je dit zo leest, kom je onder de indruk van de kracht van het Evangelie in die dagen. Wonderen en tekenen begeleidden de predikers, precies zoals Jezus het had voorspeld. Hij had immers gezegd: “En zij die geloven, zullen deze tekenen volgen, in Mijn Naam zullen zij duivels uitwerpen, met nieuwe talen zullen ze spreken, slangen zullen ze opnemen; en als ze iets dodelijks zullen drinken zal het hun niet schaden. Op zieken zullen ze de handen leggen en zij zullen gezond worden.” 6) Zo gebeurde het ook onder Simons ogen en hij dacht verbaasd: “Als ik óók deze macht ontvang, zullen de mensen mij nòg meer vereren en grootmaken, precies zoals zij nú die Jezus van Nazareth en deze evangelist doen”.

En hier moeten we elkaar even recht in de ogen kijken en elkaar bevragen, hoe zit dat met úw en mijn soort geloof? Lijkt dat op het geloof van deze zogenaamd bekeerde tovenaar? Een ernstig zelfonderzoek is hier op zijn plaats, want vele christenen geloven wel in de Bijbel, in God en Jezus Christus, in tekenen en wonderen in de naam van Jezus, maar…. wat heeft dat soort geloof in de praktijk uitgewerkt? De apostel Paulus sprak positief over de gelovigen in Thessaloníki en dacht aan “het werk van het geloof, de arbeid van liefde en de verdraagzaamheid van de hoop. ” Zou hij dat ook van ons vandaag de dag ook kunnen zeggen? Hebben ook wij werk gemaakt met onze heiligmaking? ((1 Thes. 1:3,4). Zien de mensen om ons heen iets van het leven van de Heere Jezus en vertonen wij nu dezelfde gezindheid en karaktertrekken als Hij?7) Zijn bepaalde zondige cultuurpatronen geoordeeld en weggedaan en bepaalde occulte en wellicht overgeërfde “gaven” of karaktertrekken van voorouders of zelfs bepaalde wonderlijke machten waar men naar willekeur over kan beschikken door de verbinding met het dodenrijk en tovenarij, openlijk geoordeeld en als zonde beleden en weggedaan?8) Van deze zogenaamd bekeerde Simon de tovenaar lezen we hier niets over, integenstelling tot wat we lezen van die tovenaars uit Hand. 19:19. Dáár lezen we namelijk het volgende van:

“Velen die zich met toverij hadden beziggehouden, gooiden hun toverboeken op een stapel en staken die voor de ogen van heel de stad in brand. Er ging naar schatting voor 50.000 zilverstukken in vlammen op. Zó werd de invloed van de woorden van de Heere Jezus steeds groter en sterker.”

U ziet wel wat een verschil er bestaat tussen het geloof van die Simon de tovenaar en déze groep tovenaars, die zich met occulte handelingen hadden beziggehouden! Het treft ons dat de evangelist Filippus de oprechtheid van Simons geloof voor waarachtig had gehouden, totdat de apostelen Petrus en Johannes erbij kwamen om Gods werk in Samaria te bezien. De Heere God gebruikte de apostel Petrus om de “bekeerde” en gedoopte tovenaar Simon te ontmaskeren als een bedrieger!

Wat was namelijk het geval? Het “geloof” van Simon was gebaseerd op het wonder en hijzelf was niet verzegeld met de Heilige Geest! Terwijl het geloof van de tot bekering gekomen Samaritanen bij de komst van de sleuteldrager Petrus wèl de Heilige Geest, op grond van hun geloofsgehoorzaamheid en oprechtheid, ontvingen (Ef. 1:13; Hand. 5:32)! Daarom kon Petrus als “sleuteldrager” (Mat. 16:19) hen na de doop in de Naam van Jezus de Christelijke Gemeente binnenleiden, zodat ook deze Samaritanen “gedoopt werden in en door de Heilige Geest tot één Lichaam”.

Paulus beschreef deze gebeurtenis in zijn brief aan de Korinthiërs, hoofdstuk 12:13. Deze hadden in hùn geval zònder handoplegging, maar op grond van hun geloofsgehoorzaamheid de Heilige Geest ontvangen en waren zó tot één lichaam gedoopt, luister maar hoe hij dat zegt: “Want de Geest heeft ons allemaal door de doop tot één lichaam samengevoegd: Het lichaam van Christus.” En dat hier de “doop met of door de Heilige Geest” mee bedoeld wordt, is duidelijk uit Ef. 1:13 en Hand. 5:32, waar staat dat wij slechts door geloof en gehoorzaamheid de Heilige Geest kunnen ontvangen.9)

Petrus heeft de hem toevertrouwde sleutels slechts twee maal behoeven te gebruiken, éénmaal in dit gedeelte bij de Samaritanen en de tweede maal bij de tot geloof gekomen Romeinse officier en zijn soldaten in Hand. 10. Dáárna waren alle groepen heidenen, hartelijk welkom wanneer zij door bekering en geloofsgehoorzaamheid blijk gaven de Heilige Geest ontvangen te hebben. Door de waterdoop gaven zij getuigenis dat zij onder openlijke belijdenis van zonden en bekering het oude leven hadden afgelegd en dat zij opnieuw wilden beginnen door de Heere Jezus te volgen en Zijn Woord te gehoorzamen.

Mag ik u nu dezelfde vraag stellen als Paulus later deed in Hand. 19:2, “hebt ú de Heilige Geest ontvangen toen u tot geloof kwam?” Of mist u die zekerheid en totale verbreking en overgave nog, die het leven van de apostel Paulus kenmerkte in Gal. 2:20, waar hij zegt: “Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef niet meer, wat ik nu nog in het vlees leef, dat leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft overgegeven.”

Geloven doen de meeste vrome mensen, maar het soort geloof dat verzegeld wordt door Gods Geest heeft alles met gehoorzamen te maken, met het afleggen van zondige levenspraktijken! Als u bedenkt wat de Heere Jezus allemaal heeft moeten afleggen om òns, zondaren en vijanden van het kruis van Christus, te zaligen, te behouden voor de toorn van God over de zonde, dan moet het toch niet zo moeilijk zijn ons eigen oude en zondige leven af te leggen, openlijk te oordelen om zó het nieuwe leven door geloof, bekering en wedergeboorte uit genade te ontvangen?

Wanneer we echter nog iets uit het oude leven willen vasthouden, onze hoogmoed, eigen prestatie en onze vermeende rechten weigeren over te geven, los te laten, zullen we nooit werkelijk van verlossing kunnen spreken door het bloed van Golgotha! Dan betekent het kruis niets meer dan een symbool, waar de kracht van verloochend werd. Dan blijven we nog in onze oude zonden leven en menen we voordeel te kunnen behalen door een christelijke levenshouding aan te meten. Maar zo’n leven is geestelijk zonder kracht en eindigt in de totale Godsverlating, ook al lieten we ons inschrijven als leden van een of andere christelijke kerk of lieten we ons de handen opleggen en dopen!10) Oude gewoonten en zogenaamde charismatische gaven kunnen gemakkelijk samengaan zo blijkt uit de praktijk. Hun uitingsvormen worden gewoonlijk met een christelijk sausje overgoten. Maar gelukkig zijn er nog steeds dienstknechten van God die, net als Petrus af en toe de gave van “onderscheiding van geesten” ontvangen, om schijnchristenen te ontmaskeren! De evangelist Filippus had deze gave kennelijk niet, maar de apostel Petrus wel. We mogen er wel om bidden!

Geve God dat ú (en ikzelf) echter tot de èchte christenen behoort, die alles ervoor over hebben om hun oude zondige leven vaarwel te zeggen en zich beijveren om de Naam van onze Heere en Heiland Jezus Christus groot te maken, ook al betekent dat soms verdrukking in het vlees! Want geheiligde en aan zichzelf ontdekte christenen jagen niet naar succes of roem, maar jagen naar de gerechtigheid van Jezus Christus onze Heere! Dat betekent concreet dat we lijden, vervolging, moeite en verdriet kunnen verwachten, zoals Paulus, Petrus en Johannes in hun brieven beschreven (2 Tim. 3:12; Heb. 12:14; 1 Pet. 4:1, 12; 1 Joh. 3:1-18). Maar aan het einde van dit smalle pad staat onze Heere Jezus ons op te wachten met de woorden: “Wèl gedaan, gij goede en getrouwe dienstknecht, ga in in de vreugde van uw Heer!”

Wanneer u deze studie wilt beluisteren, inclusief toepasselijke liederen, kijk dan op www.radioadullam.nl nr. 145 van “Op weg naar het Licht”, of kijk op: http://www.radioadullam.nl/?s=licht+145

Moge de Heere God u rijkelijk zegenen!

Bij deze overdenking horen een serie vragen. U kunt deze complete overdenking en de bijbehorende studievragen als document downloaden.